Reacties

18/08: De dodentochtmicrobe



Vorige week vrijdag, 21u, Bornem. Daar stond ik dan, tussen bijna 11.000 collega-wandelaars. Overtuigd door het prachtige weer en m'n inschrijving die niet terugbetaalbaar bleek, trok ik voor de zoveelste keer naar de start van de jaarlijkse Dodentocht. Het enige probleem, en vermoedelijk ook het grote verschil met een heleboel wandelaars rond me, was dat ik geen meter training had gehad tijdens het afgelopen jaar. Normaal gezien heb ik toch minstens enkele wandelingen van een dertigtal kilometer achter de kiezen eer ik aan de 100 begin, maar dit jaar dus duidelijk niet. Vol enthousiasme begon ik me samen met de massa een weg te banen rond Bornem en naarmate de nacht viel en naarmate de tocht vorderde, begon ik alweer te dromen van het overweldigende gevoel om opnieuw in Bornem te arriveren, na een twintigtal uur stappen.
Helaas.
38 kilometer verder zat ik al in de auto naar huis, weliswaar zo fris als een hoentje. De benen waren perfect in orde, de voeten hadden er nog zin in, ikzelf was voor de allereerste keer eens niet misselijk geworden tijdens de nacht, maar m'n rug had er de brui aan gegeven. Doodjammer, maar voeten en benen wil ik graag forceren voor zo'n tocht, m'n rug niet.
Uiteindelijk was ik toch weer een beetje teleurgesteld. Ik mocht er niks van verwachten dit jaar, maar toch... Je hebt geen training gehad, en toch verwacht je om 21u 's avonds nog te kunnen starten aan 100 kilometer wandelen.
De fans noemen het de dodentochtmicrobe en da's absoluut waar. Het is een microbe. Noem het maar een bacterie. Je wordt er ziek van. Op Facebook schreef ik nog "Totaal onverantwoord, totaal onvoorbereid, doodgaan is gegarandeerd, maar ik kan. het. niet. laten."
Ieder jaar opnieuw ben ik er van overtuigd dat het mijn laatste keer was. Of ik nu de finish haalde of niet. Maar gaandeweg vergeet je de pijn en komt dat verlangen weer op om toch weer aan de start te verschijnen. En zo al een tiental jaar lang zonder dat ik kan zeggen naar wat ik precies verlang, buiten de euforie van het mogen opspelden van een nieuwe medaille. Zou dat alles kunnen zijn? Of zit er meer achter? Doorgaans heb ik behoorlijk weinig zin om mezelf zo hard te doen afzien of om zomaar een etmaal lang te gaan wandelen. Da's saai.
Nog meer dan naar een nieuwe medaille verlang ik naar een antwoord op de vraag hoe die microbe in mekaar zit. Wanneer zal ik op de tweede vrijdag van augustus eens gewoon thuis kunnen zijn? En da's een ernstige vraag.

Reacties geplaatst

Nog geen reacties

Add comment

U moet ingelogd zijn om op dit bericht te reageren.